GENDER |
STOP GENDER-BASED VIOLENCE


‘GENDER TALK | GENDER EMANCIPATION |
ART AGAINST GENDER-BASED VIOLENCE|
ART AGAINST LGBTQ+ BASED VIOLENCE |
ART AGAINST CHILD ABUSE!
ongoing series since 2017 on GENDER EMANCIPATION, WOMEN EMANCIPATION,
MEN EMANCIAPTION, TRANSGRESSIVE BEHAVIOR of both men and women, including all genders!
©Hilde NIJS
Doorlopende serie sinds 2017 over genderemancipatie, vrouwenemancipatie, mannenemancipatie, grensoverschrijdend gedrag van zowel mannen als vrouwen, als alle genders.
Gendergerelateerd geweld (Gender-BasedViolence) is elke schadelijke daad die tegen een individu is gericht op basis van zijn of haar geslacht of genderexpressie. Het omvat een breed scala aan daden, waaronder fysiek, seksueel en psychologisch geweld, en kan door iedereen worden gepleegd. GBV is een schending van de mensenrechten en is geworteld in genderongelijkheid en machtsongelijkheid
STAP UIT DIE SLACHTOFFERROL!
Het verwerken van geweldpleging, hetzij fysisch of psychisch, is een individueel proces waarvoor geen one-size-fits-all oplossing bestaat. Het is normaal om heftige emoties te ervaren en het kost tijd deze te voelen en te verwerken. Zelfveroordeling is nefast en praten met een vertrouwenspersoon, een therapeut of een slachtofferhulpinstantie kan helpen bij het verwerken van de gebeurtenis. In de slachtofferrol blijven hangen is zeker geen optie daarom is het belangrijk professionele hulp te zoeken en zijn leven terug op de rails te krijgen.
Onthoudt dat men er niet alleen voor staat en dat er professionele hulp beschikbaar is om te ondersteunen bij het verwerkingsproces.
Kenmerkend voor de slachtofferrol is geen verantwoordelijkheid nemen en iets of iemand verantwoordelijk maken voor hoe men zich voelt in een bepaalde situatie. Het is een uiting van hulpeloosheid en gevoelens van onmacht spelen vast en zeker een rol. Noem het ook een vorm van zelfmedelijden.
De neiging om in een slachtofferrol te kruipen is een complex samenspel van verschillende hersengebieden en hun interacties, voornamelijk het limbisch systeem en de prefrontale cortex.
Het limbisch systeem inclusief de hypothalamus is betrokken bij de stressrespons en de productie van stresshormonen zoals cortisol. Langdurige stress kan de hersenen beïnvloeden, met name de hippocampus en de prefrontale cortex, wat kan leiden tot een verlaagd zelfbeeld en een grotere vatbaarheid voor het slachtoffergedrag.
De prefrontale cortex, die verantwoordelijk is voor hogere orde functies zoals planning, besluitvorming en zelfreflectie, speelt een rol bij het beoordelen van situaties en het nemen van verantwoordelijkheid. Een disbalans of beschadiging in dit gebied kan leiden tot verminderde zelfreflectie en een grotere kans op het aannemen van een slachtofferrol.
©Hilde NIJS
Een Trumpiaans genderbeleid met alleen maar mannen en vrouwen kunnen wij ons geheel niet voorstellen in is ondenkbaar in Europa. Genderemancipatie en de bestrijding van alle gendergeweld is meer dan nodig om dit te voorkomen.
Vrouwenemancipatie lijkt wel voorbijgestreefd. Vrouwen kunnen niet in hun eentje vechten voor hun rechten. Het is van doorslaggevend belang dat ook mannen opkomen voor de rechten van vrouwen. Zonder mannenemancipatie zal vrouwendiscriminatie altijd blijven bestaan.
Echte bevrijding echter betekent het scheppen van werkelijk gelijke kansen voor iedereen, niet in de eerste plaats tussen de geslachten maar binnen de geslachten, in de gehele maatschappij. We spreken van GENDEREMANCIPATIE EN GENDERDISCRIMINATIE.
Alle mogelijke informatie vind men op de website van Het INSTITUUT VOOR GELIJKE KANSEN VOOR MANNEN EN VROUWEN, een onafhankelijk interfederaal gelijkheidsorgaan (Equality Body) dat eveneens opdrachten vervult in het kader van het federale gelijkekansenbeleid. Een Equality Body moet in elke lidstaat van de EU bestaan om er gelijkheid te promoten en zich in te zetten tegen DISCRIMINATIE, GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG en GEWELD tegen zowel VROUWEN, MANNEN als alle GENDER. Via zijn acties bestrijdt het Instituut elke vorm van discriminatie en ongelijkheid op grond van geslacht of gender, is het een katalysator voor de bevordering van de gendergelijkheid dus ook de gelijkheid van vrouwen en mannen en stimuleert het ook de integratie van de genderdimensie in het beleid. Om dit te kunnen doen, geeft het Instituut adviezen en aanbevelingen voor een wettelijk kader, en ontwikkelt het strategieën en instrumenten. Ook advies verlenen, onderzoek voeren, opleidingen geven en brede campagnes opzetten behoren tot de taken. Jaar na jaar stijgt het aantal meldingen bij het instituut van burgers over onder andere genderdiscriminatie geweld en seksisme.
©Hilde NIJS
https://igvm-iefh.belgium.be/nl
DOE EEN MELDING 0800 12 800
Volgens het rapport uitgevoerd door het Wereld Economisch Forum (WEF) is de wereldwijde genderkloofscore in 2024 voor alle 146 landen die in deze editie zijn opgenomen, op 68,5% gesloten. Vergeleken met de constante steekproef van 143 landen die in de editie van vorig jaar zijn opgenomen, is de wereldwijde genderkloof met nog eens +0,1 procentpunt gedicht, van 68,5% naar 68,6%.
Het gebrek aan zinvolle, wijdverbreide verandering sinds de vorige editie vertraagt effectief de voortgang om pariteit te bereiken. Op basis van de huidige gegevens zal het 134 jaar duren om volledige pariteit te bereiken - ongeveer vijf generaties voorbij de doelstelling voor Duurzame Ontwikkelingsdoelstelling (SDG) van 2030.
België kent een terugval en staat op een troosteloze 60ste plaats. Nog veel werk aan de winkel.
EN HOE ZIT HET MET DE VROUWEN IN DE KUNST
GELIJKHEID IN DE KUNST VOOR ALLE GENDER!
Onderzoek wees uit dat de positie van vrouwen in de beeldende kunst nog steeds niet gelijk is aan die van hun mannelijke collega's. Voor vrouwen is het echter moeilijk en grootsheid en genie zijn niet weggelegd voor vrouwelijke kunstenaars, omdat beide worden geformuleerd, gedefinieerd en toegekend door de machthebbers/ instituten waartoe vrouwen maar ook personen van kleur, lgbtqiap+-, outsiderkunstenaars en andere personen van oudsher de toegang wordt ontzegd. Deze instituten cultiveerden de mythe dat mannen een inherente creativiteit bezitten. Het zijn institutionele – in tegenstelling tot individuele – obstakels die vrouwen in het Westen ervan weerhouden succes te hebben in de kunsten Zolang dat niet wordt geherdefinieerd zal er altijd een kloof blijven bestaan. Bewustwording is één ding. Maar het is tijd om een stap verder te gaan en het debat hieromtrent te verruimen. Het werk van alle gender moet op dezelfde manier worden gewaardeerd en gekwalificeerd. Het wordt tijd om dat te benoemen willen we enige vooruitgang boeken!
Uiteraard speelt de belastende voorgeschiedenis van vrouwen - ze konden pas sinds de jaren zeventig volwaardig deelnemen aan het kunstenaarschap - een belangrijke rol. Alhoewel er sindsdien heel veel veranderd is hebben vrouwelijke kunstenaars/curatoren nog steeds af te rekenen met de vooroordelen in de typische mannenwereld. Vrouwen worden geacht meer een zorgende rol te spelen en zo minder tijd te hebben full time met kunst bezig te zijn of ze zouden ook meer schroom hebben om hun kunst te promoten maar niet zelden vormen sommige van de mannelijke collega’s nog steeds het probleem. Kunst gemaakt door mannen is KUNST maar kunst door vrouwen wordt nog steeds lichtelijk smalend Vrouwenkunst genoemd en het wordt tijd dat dit nu eens ophoudt. In feite mag er geen onderscheidt gemaakt worden tussen mannelijke, vrouwelijke of eender welke genderkunstenaars. Kunst is kunst en de creatiedrang is voor iedereen dezelfde en zou op dezelfde criteria moeten worden gekwalificeerd. Ikzelf vind niet dat ik vrouwelijke kunst maak en ik wil dat ook niet. Wat mij betreft is kunst voor iedereen hetzelfde. Opvoeding ligt aan de basis! Uit alle hoeken van de kunstwereld klinkt het dat kwaliteit de enige en de belangrijkste eis is om een succesvol kunstenaar te zijn. Maar Ondanks het feit dat vrouwen altijd kunsten beoefenden en dit vandaag nog meer doen dan ooit tevoren, staat hun zichtbaarheid in galerijen, musea en tentoonstellingen nog steeds niet in verhouding tot die van hun mannelijke collega’s. Kunst gemaakt door vrouwelijke kunstenaars meer in de kijker plaatsen is een must. Eén ding is zeker: Wij leven in een veranderende wereld maar het is echt nog steeds een kwestie van pushen en kansen maken en nooit zelfingenomen te zijn. De creatiedrang, de fundamentele kracht voor het beoefenen van kunst, is voor mannen, vrouwen en voor alle gender dezelfde en ondanks de vele obstakels is het dat wat vrouwen drijft om verder te doen evenals de voldoening van het metier. Gelukkig zijn mannen zich ook meer bewust van het probleem. Velen huiveren nog bij het woord Feminisme maar dat is onterecht. Feminisme vormt geen bedreiging voor hen. Integendeel, hierdoor krijgen mannen ook de kans volledig zichzelf te zijn en zich los te maken van gender-stereotiepe rollen. Alle gender moeten samen strijden voor een samenleving waarin keuzevrijheid en zelfontplooiing centraal staan en vooral met respect voor elkaar!
- ©Hilde NIJS
"Hilde NIJS is een duivel-doet-al, niet gebonden aan een discipline. In DeKANTFABRIEK toont ze haar werk in de context van haar habitat.
Zij gunt u een blik in haar huis. Het huis dat ze hier als een maquette 1/1 heeft gebouwd en bevolkt met haar gedachten en hersenspinsels, haar grenzeloze en overrompelende creativiteit.
Ze wordt overstroomd door gedachten en ideeën en het beheersen van die veelheid is een opgave. In haar maquette kan men op ontdekkingstocht gaan in de vele kamers die het huis rijk is om zich te laten meeslepen in haar gedachtegang."
Daan RAU, Kunst-criticus,
2 september 2017.
"Het moment waarop Hilde NIJS in 2014 de Kantfabriek betrok, realiseerde ze een levensgroot kunstwerk dat haar bijzondere en unieke wereld weergeeft. Het zijn Identity rooms die als haar habitat gelden en de energie en synergie weergeven waarvan de tentoonstelling "ART COnnects, Across" Borders, ook een symbool is. Creëren is communiceren met de eenzaamheid, maar zodra een werk het atelier van de kunstenaar verlaat, of in het geval van Hilde ze haar atelier openstelt voor tentoonstellingen, wordt de blik van de toeschouwer van cruciaal belang: Kunst is in de eerste plaats kijken, in de meest ruime betekenis, waarbij ook een innerlijk kijken wordt bedoeld, dus ook wanneer het een concept of enkel een geluid betreft."
Inge Braeckman, Kunstcriticus, 31 mei 2018
"Hilde NIJS’ wereld is vol, het is een huis met veel kamers, veel gezichten, veel overpeinzingen, veel karakters, een netwerk; broedhuis van ideeën. Voor mij doet het werk denken aan de Amerikaanse kunstenaar George Segal’ environmentals en ensceneringen.
In een wereld van communicatie en platforms wordt er heel veel gepraat, worden er opinies geformuleerd maar praten we helaas veel naast elkaar en verstaan, begrijpen we niet altijd wat de andere bedoeld. De Babylonische spraakverwarring kent vele vormen. We herkennen onder andere Freuds’sofa, de moderne biecht en onvermogen om gehoord te worden. Er is zo veel te vertellen en Hilde deelt graag."
Isolde De Buck, Kunsthistoricus
7 september 2018

"Dit beeld van Hilde NIJS toont mij een zeer bevreemdende logica van het menselijke lichaam. Alsof het lichaam zo analytisch bestudeerd werd dat het bijna een architecturaal plan vormt.
De mens als machine, of de machine als mens. Het trekt me mee naar verschillende fantasieën buiten mijn eigen bewustzijn."
Shervin Sheikh Rezaei , architect, kunstenaar, curator Kunstwerkt "A Paper a Day,
27 oktober 2021
"Hilde NIJS verstaat haar vak. Elk detail valt op, schreeuwt om aandacht. Haar niet alledaagse compositie – waarin verschillende karakters en objecten met elk een eigen taal en schaal aaneen zijn gevoegd tot één groot labyrintisch gegeven – is ingenieus.
Een labyrint zonder eenduidige wegwijzers die ons, na enige aarzeling, alsnog voorkomt als een verbazingwekkende, want best leefbare biotoop met welwillende, organische vormen."
Dr Benny Madalijns, reflectie over het driedimentionaal werk van Hilde NIJS, Leopold Flam en de relatie tussen kunst en filosofie.
06 april 2025


Hilde Nijs — ArtistIc Evolution
Hilde NIJS is een multidisciplinaire kunstenaar wiens veelzijdig werk gebaseerd is op ‘Concepten van Humanisme’. Zij werkt aan een complex levenswerk als een soort ‘wake-up call’ voor een nieuwe en betere wereld die ze ziet als een grote sociale sculptuur waar vrijheid, diversiteit en gelijkheid aan de basis liggen.
NIJS integreert tekst en statements direct in haar creatieve proces om haar werk te duiden als een "wake-up call" voor een betere wereld. Haar geschreven toelichtingen fungeren niet louter als uitleg, maar als een essentieel onderdeel van haar artistieke onderzoek naar de menselijke conditie en maatschappelijke rechtvaardigheid.
Haar werk wordt geïnspireerd door literatuur en filosofie waaronder die van Hannah Arendt, Leopold Flam en Thomas Mann. Zo maakte ze installaties die onder andere een hulde zijn aan de Belgische filosoof Leopold Flam, een hulde aan De Toverberg, de roman van de Duitse Nobelprijswinnaar Thomas Mann en een tribut zu Joseph Beuys, de invloedrijke Duitse kunstenaar-pedagoog. Filosofie, literatuur en psychoanalyse zonder de wetenschap te veronachtzamen, zijn voor haar de beste tools om onze samenleving op een verantwoorde en diepzinnige manier te fileren. Met haar ARTISTIEK MAATSCHAPPIJ-REFLECTERENDE TOTAALINSTALLATIES, brengt ze de actuele beeldende kunsten en ook muziek, literatuur, poëzie, film etc. samen in correlatie met de academische wereld.
AUTHENTICITEIT IN DE KUNST
Authentieke kunst is de absolute kern van de artistieke filosofie van Hilde Nijs. Voor haar is het een morele en intellectuele noodzaak om te creëren vanuit een "eigen waarheid".
Zij definieert het belang van authenticiteit via drie pijlers:
-
Toegangspoort tot de praktijk: Nijs stelt dat echte authenticiteit niet van buitenaf komt (zoals instituten of critici), maar dat de "toegangspoorten tot de authentieke kunst zich bevinden in de praktijk van de kunstenaar zelf".
-
Innerlijke integriteit: Authentieke kunst is volgens haar een "artistieke voorstelling met innerlijke integriteit". Het vereist specifieke eigenschappen die niet voor iedereen zijn weggelegd, omdat het een diepgaande ontwikkeling doorheen de tijd en een unieke stem vraagt.
-
Verzet tegen "Kunstenschuimers": Ze gebruikt de term "authenticiteit en kunstenschuimers" om het verschil te duiden tussen kunstenaars die vanuit een noodzaak creëren en zij die slechts oppervlakkig meeliften op de kunstwereld
De belangrijke thema's in haar statements zijn:
° Het canvas als proefschrift: Nijs beschouwt haar schilderijen als een "gevoelsmatig proefschrift". Voor elk werk voert ze een studie uit die resulteert in schetsen, tekeningen en teksten, waarbij de uiteindelijke creatie een balans zoekt tussen denken en intuïtie. Als kunstcurator pleit ze voor authentieke kunst en waarschuwt voor fake news & copy art.
° Maatschappijkritiek en Humanisme: In haar Artist's Statement reflecteert ze op de gevaren van moderne "mythen", en pleit ze voor een menselijke samenleving gebaseerd op vrijheid en gelijkheid.
° Gendergelijkheid: Ze schrijft scherp over gendergelijkheid en de positie van vrouwen in de kunstwereld. Haar projecten, waaronder installaties waarin ze verschillende disciplines verwerkt, onderzoeken identiteit en maatschappelijke structuren, met een specifieke focus op de ongelijke behandeling van vrouwelijke kunstenaars en de noodzaak tot maatschappelijke verandering.
° Kunst tegen polarisatie: Voor Nijs is kunst een instrument om verbinding te herstellen en tunnelvisie en hokjesdenken te doorbreken. Ze stelt kritische vragen over de rol van de kunstenaar in een gepolariseerde wereld.
Haar onderzoek naar de existentiële vragen over de menselijke conditie deelt ze onder in segmentaties waaruit ongoing series voortvloeien, vaak met een knipoog zoals ‘Identity, who are we’, een levensgrote maquette 1/1 met vele ‘Identity Rooms’ die kunst huisvest, en series als ‘The Riddle of thinking Humanity’, ‘Human and their Environment’, ‘Human versus Machinery’, ‘AI and The Demystification of Technology’, ‘Messengers of the Subconscious Mind’, ‘Sceneries of the Unconscious’,, ‘The Human Environment’, ‘We are our Brain’, ‘Ai & The Demystification of Technology’, ‘Gender Talk, Stop Gender Violence’, ‘Art against Polarisation’, ‘Le Cavalier des Penséés, naar de filosoof van nu, Leopold Flam’, ‘HuMANNidentity, a Worldwide Sanatorium’, naar De Toverberg van Nobelprijswinnaar Thomas Mann, ‘Der Kaninchen Mann, mein name ist Joseph’, naar de praktijk van de Duitse kunstenaar-pedagoog-activist Joseph Beuys, wiens werk condities omvatten die hem vandaag uiterst relevant maken en ook de essentie van de mens als bewoner van de aarde, de mens en zijn omgeving, de klimaatsverandering, de maakbare mens, Emancipatie van zowel vrouwen als mannen, Gender Talk en LGBTQ+ problematiek, geweld tegen vrouwen, mannen en LGBTQ+gemeenschap, artificiële intelligentie (AI) en de relatie mens versus machine… maar ook de werking van ons brein, het geestelijk welzijn, de psychoanalyse, Freuds topografische model van de geest, het onbewuste, das Es, das, Ich und das UberIch, de connectiviteit tussen individuele personen en groepen van mensen, etc,
#BIO
Hilde NIJS een in Ninove geboren Belgische, maakt kunst sinds beginjaren '70. Als elfjarige behaalt ze een eerste prijs voor schilderen in Oostende wat haar verdere studies en leven als kunstenaar bepaalt. In 1974 sticht ze het 'Centrum voor Experimentele Kunst' in Roosdaal. Ze ontwikkelt een habitus die haar voorliefde voor verschillende multidisciplinaire procedures verbindt en die het resultaat zijn van jarenlang experimenteren. Haar diverse praktijk omvat o.a. schilderkunst, grafische en digitale technieken, mixed media, collages, keramiek, sculpturen en installaties waar in een mélange van verschillende methodes, allerlei voorwerpen en materialen worden opgenomen zoals readymade, foto's, textiele vormen, glas, hout, ijzer etc.
Hier ontstaat ook de schilderijenreeks 'De Wondere Wereld van de Goepta's', een portrettengalerij met de stichters van een nieuwe en betere maatschappij. In 1984 opent ze Kunstatelier NIJS waar ze in opdracht, gebrandschilderde glasramen ontwerpt, vervaardigt en restaureert voor particulieren, bedrijven en kerken.
ARTISTIEK MAATSCHAPPIJ-REFLECTERENDE TOTAALINSTALLATIES
In 2014 huurt ze de leegstaande passementfabriek van Moeremans die ze doopt tot 'DeKANTFABRIEK'. Deze parel van industrieel erfgoed wordt gedurende vijf jaar haar artistieke biotoop die ze omtovert tot een cultuurtempel waar ze naast de beeldende kunsten ook muziek, literatuur, poëzie, film etc. samenbrengt in correlatie met de academische wereld met o.a. Prof. dr. Paul Verhaeghe, psychoanalyticus/maatschappijcriticus UGent, Prof. dr. Willem Elias, filosoof, kunstcriticus VUB, Prof. dr. Ignaas Devisch, ethisch filosoof UGent, Prof. dr. Dirk De Wachter, psychiater, psychotherapeut UPC KUL en Prof. dr. Françoise Vanhecke, sopraan, pedagoog, researcher Inhealing Singing UGent - en waar ze al deze aspecten regisseert tot een artistieke maatschappij-reflecterende totaalinstallatie.
Hier realiseert ze haar 'Identity Rooms', een levensgrote installatiemaquette schaal 1/1, met differente ruimtes. Elke kamer, de smallest room, bedroom, room for gender talk en stop gender-based violence, dining room, library room, music room, black room, Freud's room, the nursery... is een kunstwerk die kunst huisvest en waar men letterlijk kan wandelen in het kunstwerk.
Ook de Museale Installatie "CONNECTED WORLD", 28 stakeholders for a MORE connected World " bestaande uit 28 witte keramische beelden op witte sokkels met boxen en verbonden door touw en plastieken kabels, vindt er zijn oorsprong.
Gedurende die vijf jaar biedt ze ook royaal en gratis zonder commissie, in de lege zalen van het gebouw, expositieruimte aan vele collega-kunstenaars waar de dialoog tussen hun werken telkens zorgt voor boeiende tentoonstellingen met actuele kunst. Hiermee is ze één van de grensverleggende vrouwelijke kunstenaars die het hokjes denken en de neiging tot categoriseren doorbreekt en in een alleenstaand niet-geïnstitutionaliseerd kunstenaarsinitiatief de rol van curator op zich neemt en nieuwe wegen verkent vanuit de eigenheid en de vrijheid van de kunstenaar zélf naast het gangbare pad die de kunstscene voorschrijft, echter zonder dat de ene pool de andere wil uitsluiten maar integendeel, elkaar zouden aantrekken, verruimen en gunstig beïnvloeden als bij een magnetisch veld.
De site met de passementfabriek werd aangekocht door de stad Ninove.
Kunstendatabank
'Curatoren met focus op Belgische Hedendaagse Kunst 2022-2023 -2026'
uitgave The Art Couch)
www.theartcouch.be/curatoren-belgische.../
Correlation of Arts

Correlation of Arts

Correlation of Arts

HILDE NIJS – ‘MIJN VLAM VOOR FLAM’
VERNISSAGE VAN EEN HULDE-EXPO
Met de totaalinstallatie ‘Le Cavalier des Pensées, naar Leopold Flam’ brengt kunstenaar Hilde NIJS een hommage aan de Belgische filosoof, vrije denker en vermaarde hoogleraar. Dr. Benny Madelijns houdt een reflectie over het driedimensionaal werk van Hilde Nijs, Leopold Flam en de relatie tussen kunst en filosofie.






LE CAVALIER DES PENSÉES: LE RETOUR DES CHOSES
ÉTRANGES (TOEN GISTEREN NOG VANDAAG WAS ...)
Ik herinner me een tentoonstelling in de Aurora – ruimte in de Lange Leemstraat in Antwerpen in september 1981. De fotograaf Marc Schepers stelde er toen zijn reeks Transformaties tentoon. Aurora was in de eerste plaats een filosofische kring, de Antwerpse tak – er was ook een Brusselse – waarvan Leopold Flam de centrale figuur was. Ietwat vreemd misschien dat precies die kring de eerste tentoonstellingen
organiseerde van ondermeer Ria Pacquée, Guillaume Bijl, Guy Rombouts en Leo Steculorum.
Van het één was waarschijnlijk het ander gekomen: dat was toen zowat de modus operandi van de Antwerpse kunstwereld. Tijdens één van zijn wandelingen liep amateur – fotograaf Schepers wat rond in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis aan het Jubelpark in Brussel en plots stond hij er oog in oog met een mummie.Terwijl hij de mummie op de gevoelige plaat vastlegde, bewoog hij de camera:in plaats van een dynamische situatie in beeld te brengen, benaderde hij een levenloos object met een bewegende camera.
Het was volstrekt onduidelijk hoe de beelden er zouden uitzien in de donkere kamer. Het resultaat, de beelden, vier in totaal waren ronduit verbluffend: de mummie leek tot leven te komen.
Zeer unheimlich.
De fotograaf was stomverbaasd, maar ik als toeschouwer evenzeer. Het handelsmerk van kwaliteitsvolle kunst moet mijns inziens ook vandaag nog steeds l’étrengeté zijn, het onheemse, het Freudiaanse The uncanny: the opposite of what is familiar. Das Unheimliche...
____________
Met haar drie – dimensionele installatie Le Cavalier des Pensées zoekt ook Hilde Nijs voorwaar dit soort speelruimtes op: de marges, de uithoeken en de bewegingsvrijheid van zowel het filosofische als het esthetische.
Ze doet zulks ditmaal – naar eigen zeggen – in de eerste plaats als huldebrenging aan Leopold Flam, maar – naar ik vermoed – doet ze het ook voor iedere vrijedenker en zoeker, die in de kantlijn van het schemergebied woont dat zich uitstrekt tussen een lumineus verleden en een steeds moeilijker te begrijpen nu.
En – waarom ook niet – voor al die helverlichte geesten in onze middens, die koppig weigeren de poorten naar de feitelijkheid van het heden open te gooien. Naar mijn aanvoelen componeerde ze het werk zelfs voor al de voormalige wereldverbeteraars – hier al dan niet aanwezig – die door vroegtijdige roestigheid aangetast, niet langer in staat zijn elastisch te denken over de gelaagdheid der dingen.
Ook daarom, ook voor hen. Ofschoon hun en onze waardeoordelen denkbaar exclusief gericht zijn op onze eigen verbeelding. In die hersenspinsels vloeien ze, niet zelden, samen met het mega – superschurken – stripverhaal waarin we als enkelingen in de boze wereld
‘daarbuiten’ nu eenmaal geworpen zijn. Die ‘krankzinnige wereld’ die ook de zonderlinge denker Leopold Flam grotendeels als een bijzonder zwaarwegende opdracht beschouwde. Een schouwtoneel waardoor hij ongegeneerd petste, hinkte en beukte. Slagvaardig en provocerend, vrank en vrij, maar evengoed volop genietend van het niet zelden – om de tuin leidende – licht van de aandacht. Als een in metaforen sprekende, bijwijlen tragische meester. Maar evenzeer als een supreme bedachtzame charmeur met een eigen hof en een hofhouding.
Door hem raakten halve generaties onvolgroeide tieners derhalve in de ban van een roedel nog dollere denkers, die de donkerte ook niet schuwden. Op zijn recommandatie begonnen ze voorgoed Kierkegaard te lezen, Schopenhauer en Nietzsche. Zij zouden hun kompanen worden. Net als Flam en zijn boeken zelf.
Wat Hilde Nijs betreft tot op vandaag.
________
Toen ik de vorige zinnen neerschreef, moest ik plots denken aan Boelgakovs satirische en tragikomische huzarenstuk De meester en Margarita.
Doorheen haar installatie had ‘de meester’ weerom in onovertrefbare metaforen gesproken.
Niet zelden in bric – à – brac hypotheses zonder echt bevattelijk bewijs. Waarbij bric – à – brac hier betrekking heeft op een verzameling van allerhande, overal vandaan gesleepte voorwerpen en snuisterijen die doorgaans niets met elkaar van doen hebben. The exciting world of dreams according to The Master, die destijds onder meer verlangde dat we voor zijn cursus ‘Oefeningen in de wijsbegeerte’ een droomdagboek zouden bijhouden.
Voor wie het zich zou herinneren... Denkbaar is beeldend vormgeven voor Hilde de voortzetting van haarwonderlijke dromen, maar dan met andere middelen. Want ook vanuit haar Cavalier des Pensées gaat een zekere – al dan niet gedroomde – wonderlijkheid
en geheimzinnigheid uit. Ach, ieder mens, ook de kunstenaar, ook de filosoof, heeft wel iets te verbergen in de eerste plaats ‘zichzelf ’. In de westerse cultuur, die waarde hecht aan de singulariteit en die elkeen ‘het uniek – zijn’ toedicht, is een persoon vanzelfsprekend wat hij of zij in de wereld zegt en doet, maar méér nog wat hij of zij verzwijgt. Het eigenlijke geheim, zeg maar, dat zich spiegelt doorheen menig droom.
Nogal wat kunstenaars verzwijgen zichzelf graag, maar onthullen zich – nog zoveel liever – alsnog in hun kunstwerken.
Het ‘IK’ dat daarin zichtbaar wordt, is niet zozeer het dagelijkse ik, het is een mythisch, een transcedent ik. Het tendeert in de eerste plaats naar het ideaalbeeld van de phrominos, de wijze en de bezielde. (...) Het wezenlijke geheim van de kunst – religie, schrijft Flam in 1965, in het
lentenummer van het tijdschrift ‘Dialoog’, wijst naar een verloren paradijs, waarnaar het esthetisch subject terugstreeft. Het verleden stelt zich in een schitterende schemering van een geestelijk vaderland (voor Hölderlin was dat Griekenland), in een heerlijke kindsheid (zoals bij Rilke en Proust), een kunstmatig paradijs (van Baudelaire, Michaux en Lowry, maar ook het erotisme van Bataille), de goede oude tijd (bij
Bachelard) of een stramende toekomst (zoals bij Aragon). Er is in de kunst – religie steeds een bepaald moreel idealisme aanwezig, dat de eigenlijke betekenis is van de werkelijkheidszin. De realiteit wordt opgeheven of wordt reëel gemaakt door de idealiteit. De droom speelt daarom een doorslaggevende rol, wat zijn wetenschappelijke bevestiging vond in verschillende moderne psychologische theorieën.
________
De installatie van Hilde NIJS heeft iets stichtend, maar tevens iets afwijkends, iets ongewoon religieus. Het resultaat is een bevreemdende mengeling van geborgenheid en angst, van vertrouwdheid en vrees. Mysterium tremendum et fascinans ... C’est facile, quoi. Hier wordt het ‘Onweerstaanbaar Vreeswekkende’ waarover Nietzsche sprak in Also sprach Zarathustra, iets waarbij en zekere huiver gepaard aan fascinatie – terugdeinzen én je gelijktijdig aangetrokken voelen – als het ware vastgehaakt aan een citaat uit een curieuze toespraak die Flam hield eind augustus 1964 in Amsterdam op het 5de Internationaal Congres voor Esthetica. (...) De moderne mens, also sprach Flam, zoekt geen troost meer bij een transcendente god, in het geloof, neen, de kunst zelf troost hem onmiddellijk en geheel.
Het leed dat hij doorgemaakt heeft wordt getransfigureerd, het geraakt binnen zijn bereik en stelt hem in staat het te verdragen, omdat de kunst gelijktijdig een begrijpen is. De kunst – religie vervangt het credo door het cogito. Het cartesiaanse cogito is een daad- en wilskrachtig weten, dat de wereld wenst meester te worden, niet door te bidden, maar door wetend te werken.
En ook Hilde Nijs heeft geen moederkerk met zijn stille kloosters nodig.
Geen Mariabeelden, geen wierook, biecht of zalving, maar slechts dit soort beklijvende zinnen uit Flams repertorium om ‘het numineuze’, dat wat haar diep aangrijpt en ontroert – zonder dat zij het direct kan benoemen In beelden te vangen. Haar ‘gedachtenruiter’ is al even onsamenhangend als wat we meemaken in onze slaap. Veel komt er vaag bekend voor, maar laat zich moeilijk thuisbrengen. Worden hier alchemistische proeven gedaan? Worden hier vuurpijlen afgeschoten, optochten gehouden, wilde dieren getemd of bergen beklommen? Worden de zevenmijlslaarzen van de reus een laatste maal opgepoetst? Kijk, de roodvingerige slingers zijn reeds om de scheerlijnen gewikkeld, klaar om te wapperen in de lentebries. Zou de blauw gelakte open koets van Assepoester al klaarstaan op de oprit? Opgeslorpt worden door de ‘veelheid’, door ‘de hoorn des overvloeds’ van dit tafereel, dat bulkt van de knipperlichten, komt het me voor alsof ik opnieuw blader in een ouderwets kunstboek: De metamorfose van het object: kunst en anti-kunst, 1910-1970. De in Brussel bij La Connaissance uitgegeven catalogus van de tentoonstelling die in 1971 werd gehouden in het Rotterdamse Museum Boymans-van Beuningen.
________
Deze driedimensionale installatie die ‘de veelzijdigheid van Flams denken, zijn primaire doelstelling naar eigenheid en authenticiteit’ moet voorstellen, is samengesteld uit thermoplastiek en allerlei verfsoorten, al dan niet op doek, uit draad, uit tafelpoten, een tafel, een droogrek, ready made houten paardjes, teugels, een tok, enzovoort ... en heeft naar mijn aanvoelen, de couleur locale van de filosofische kring Aurora van het begin van de jaren ‘80 van vorige eeuw: alsof ik – samen met jullie allen – een aantal stappen terugzet in de tijd. Het werk doet me evenzeer terugdenken aan de speelse assemblages en installaties van iemand als Annie Debie, aan haar waanzinnige tapijten en haar toverdozen. Aan haar tentoonstellingen in het Antwerpse Hessenhuis beginjaren ’60, samen met Camiel Van Breedam. Aan haar niet gedateerde Zondagswandeling, aan haar Avondmaal - een combinatie van natuurlijke elementen – pluimen, schelpen en delen van dierenskeletten en evenzeer ornamenten in namaakstoffen. Het werk doet me denken aan de toenmalige oproep van de G 58 kunstenaars om eindelijk de schilderkunst te overwinnen. Aan hun merkwaardige Anti-peinture tentoonstelling in 1962, waarin werk te zien was van ondermeer Jean Tinguely, Daniel Spoerri, Yves Klein, Martial Raysse en Otto Piene. Alleen, en vraag me niet waarom ... ik mis hier geluid. Jammer toch, dat alle
geluid zomaar uit de installatie lijkt weggeknipt. Geen galm, geen geruis noch gerucht. Ik mis muziek, natuurlijk, op volle sterkte. Maar ook kleine geluiden.
Het gedempte geluid van voeten in sokken op de trap. Mij ontbreekt zowaar het ge – tik – tok van tennisballen. Het gesjilp van vogels misschien. Het miauwen van katten. Het vriendelijke geblaf van een al te gladgeschoren poedel. En denkbaar het gehinnik van de veronderstelde schommelpaarden van Troye. De sound en de klankkleur van de uit het dadaisme voortkomende, vrij humoristische, maar steevast monumentale klanksculpturen en méta mekanieken van Tinguely en de spirituele ijzerdraadconstructies met bollen en bellen van Kramer.
Maar luister ... straks klinkt ook hier denkbaar het Concerto pour piano (main gauche seule), in D majeur van Maurice Ravel. Want ook deze compositie, waarbinnen dromerige melodieën worden afgewisseld met felle ritmiek en jazzy - effecten, zou hier naar - mijn aanvoelen
– zeer zeker niet misklinken.
Niet getreurd, want ook zonder klanken vind ik deze installatie een méér dan vindingrijke verwerking van de ontdekkingen, de boeken, de beelden en de prikkels die Hilde Nijs als mens én als kunstenaar doorheen de jaren hebben gevormd. Haar Cavalier des Pensées manifesteert zich derhalve ook als een krabbenmand halve en hele herinneringen, bange vermoedens en onbeheersbare emoties.
Hier is ook zij, net als Leopold Flam, de eenling die zijn eigen weg gaat, die zich ontworstelt aan de ‘communis opinio’ en in verzet komt tegen de ‘al dan niet ingebeelde’ vijand. Het werk heeft dan ook iets pathetisch en competitiefs, zonder dat het irriteert.
Ook dat.
________
Het is ronduit amusant om lezen hoe Flam in 1981 – net het jaar van de Transformaties tentoonstelling in de Aurora – ruimtes van daarstraks – in het voorwoord van zijn boek ‘De kunstenaar’ de filosoof omschrijft als een ‘dèmiourgos’. (...) De demiurg of de kunstenaar, schrijft Flam, is namelijk bouwmeester van de kosmos, van het universum en de beeldhouwer – boetseerder van de mensen. Hij is de schepper, de maker, de tovenaarsleerling die iets nieuws creëert, maar de gevolgen van zijn handelingen niet de baas is. De ware kunstenaar, vervolgt hij, is een begeesterde en goddelijke nar, een ziekelijk eenzame geleerde. Een tovenaar die in staat is om aan dode stof leven bij te brengen. Roem en vermaardheid zijn bijkomstig, maar zelfs tijdelijk onbekend of miskend, toch zal het uur komen en zullen zij ten langen leste erkend worden.
Maar, hoe kan er vandaag de dag nog sprake zijn van enige roem, vraagt de filosoof zich af?
Vandaag leeft de kunstenaar immers met het statistische bewustzijn van de eendagsvlieg. Hij heeft de roem vervangen door de journalistieke
sensatiezucht. Hij is er op uit om de anderen, het publiek, te overbluffen door sensatie te verwekken door, wat Flam op bladzijde 35 omschrijft als “gebaren – werken” ... zoals een ruimte met doodstille poppen of een gedekte tafel of een reusachtige gummipop of een levendige naakte vrouw of man als acte op een voetstuk. Hoe sensationeler des te beter. De ware roem, is de oorspronkelijkheid, maar die originaliteit is ongetwijfeld een glibberige glijbaan. Een schuifaf waarop duizenden kunstenaars allen afzonderlijk nieuw en oorspronkelijk moeten zijn en dan ook hun uiterste best moeten doen om zo origineel mogelijk te zijn, zo besluit hij.
In datzelfde boek, ‘De kunstenaar’ dus, dat verscheen in de Studiereeks van het Tijdschrift van de VUB – Nieuwe Serie, nummer 5 – heeft Flam het achtereenvolgens over:
- de roem en de onsterfelijkheid van de kunstenaar, zijn vrijheid en autonomie, zijn geluk en de levensblijheid
- de filosofie van de technische rede, de avant – garde
- over de Grandezza of het Grote Leven en over de Nieuwe wegen die hij meent te moeten bewandelen
- over de kunstenaar als sociaal dier, als boheme, als misdadiger en als decadent
- als revolutionair, als esthetische anarchist om uiteindelijk ten langen leste te belanden bij de kunstenaar – dromer van daarstraks...
De kunstenaar – dromer, schrijft Flam, mediteert, contempleert en bespiegelt. Door ‘de meditatie’ wordt hij één met het beeld, waardoor het ik – bewustzijn uitgevaagd wordt. Zo wordt hij één met het andere – dat wil zeggen met het beeld, om vervolgens over te gaan tot ‘de contemplatie’ van de andere en van zichzelf, wat dan weer leidt tot ‘de bespiegeling’ of de ‘speculatief – reflectieve uiteenzetting ... de rationalisering.
Doorgaans, zo vervolgt de filosoof zijn discours op bladzijde 219, bewegen wij ons met z’n allen uitsluitend in de intellectualistische begripsredenering zonder meer, zonder eigenlijke symbolen dus, die we eenvoudigweg herleiden tot metaforen en gelijkenissen, tot allegorieën.
Zo verliezen we natuurlijk ‘de zin’ en beperken we ons tot de ‘niet – zin’. De zogenaamde ‘kenner’ bekijkt het kunstwerk zakelijk, nuchter en kritisch. Hij identificeert, klasseert en ontleedt het. Er is hier bijgevolg geenszins sprake van meditatie, contemplatie of speculatie, want die handelingen hebben betrekking op oerbeelden, op het onzichtbare. Het zijn weerspiegelingen in het zichtbare en daardoor meta – fysisch.
De kunstenaar – dromer hunkert er echter naar een matafyica met beelden, generzijds van de hoor- en zichtbare beelden uiteen te zetten:
‘au – delà’ des images sonores et visibles.
En dàt is natuurlijk juist waar het allemaal om draait: de kunstenaar –dromer verbeeldt door meditatie het geestelijke in zijn kunst (werk) en stelt
zich op die wijze bewust ‘buiten’ het sociale kunst- en cultuurbedrijf; De kunstenaar – dromer betracht voor zijn kunst (werk) geen historisch –
culturele waarde of betekenis, maar een hermetische en esotherische. Zo breekt er in de beeldmeditatie, de beeldcontemplatie en de beeldbespiegeling van de kunstenaar als het ware een kosmische wereld – vroomheid door. Einde citaat.
Als voorbeelden van dit soort bezielde dromers vernoemt Flam: de schilders Matisse, en Kandinsky, de schrijvers Apollinaire, Bachelard en Bosco en de componist Messiaen. Denkbaar staat het begrip ‘vroomheid’ in deze omschrijving synoniem voor
liefde, toewijding en trouw.
________
Nu ja, naar mijn aanvoelen is Le Cavalier des Pensées eerder een krachtige overdrijving dan een understatement. Een spektakel waarin de ontwerpster zich volop kan uitleven in een even meeslepende als verbazingwekkende fantasie, een ietwat uit de hand gelopen kortfilm waar personages, voorwerpen en tekstflarden uit verschillende filmsets gelijktijdig een architectonische kijkkast lijken te betreden, weliswaar zonder vooraf ingestudeerd script.
Alhoewel. Hilde Nijs verstaat haar vak. Elk detail valt op, schreeuwt om aandacht. Haar niet alledaagse compositie – waarin verschillende karakters en objecten met elk een eigen taal en schaal aaneen zijn gevoegd tot één groot labyrintisch gegeven – is ingenieus.
Een labyrint zonder eenduidig wegwijzers die ons, na enige aarzeling, alsnog voorkomt als een verbazingwekkende, want best leefbare biotoop met welwillende, organische vormen. In zijn essay- en gedachtenboek De gekwetste existentie uit 1983 schrijft Leopold Flam dat ‘de verbazing voortkomt van de verwondering’. De verbazing breekt met de alledaagse gewoonten. Er is iets vreemds gebeurd...of in het kwaadaardige...of in het goedaardige. De verbazing is het onverwachte, datgene dat men niet eens vermoed heeft dat er zou komen en dat plots losbreekt als een donderslag aan een heldere hemel. Ook het onverwachte kan positief of negatief zijn. Het negatief onverwachte komt als een ongeval, als een catastrofe, als een ramp, plots tevoorschijn. Het verbaast en het verrast.
Flam vermeldt bovendien dat er in het gewone leven hoegenaamd geen mirakelen gebeuren. Over het algemeen heerst de statistische algemene regel, maar soms zijn er onverwachte uitzonderingen, die als wonderen worden beleefd en aangeduid.
Vooral in de kunstwerkzaamheid speelt de uitzondering een doorslaggevende rol, schrijft hij. Het belangrijke kunstwerk is uitzonderlijk en heeft daarom het karakter van een wonder.
Het bedenken van kunst is, naar mijn aanvoelen althans, dan ook het uitgelezen‘wonder – labo’ om de eigen opinies over een steeds breder uitdijende wereld, bij regelmaat te toetsen aan de bevroren tijd van gisteren en de waan van vandaag. Ver voorbij alles wat buiten de ‘je door de anderen aangemeten’ gezichtsvelden valt. En met de officiële kennis, met louter wetenschap, koop je hier niets. Haar taal biedt geen soelaas, geen vertroosting noch verlichting. Over dat soort vergezichten kan je enkel spreken in termen van metaforen en beelden, in buitensporige vergelijkingen en niet reguliere – uitdrukkingswijzen. Kunst moet ons dan ook geenszins een al te gemakkelijk te consumeren vluchtroute uit de werkelijkheid bieden, maar moet ons - continu – de gepaste uitdrukkingsmiddelen aanreiken om een echt menselijk en krachtdadig antwoord te geven op de meest dwingende vragen die deze onverbiddelijke wereld ons aanhoudend stelt. Hiervoor is allicht verbeeldingskracht nodig en karrevrachten verbeelding als uitdrukking van hoop
Kunst moet ons dankbaar laten dromen van de veilige havens van Ithaka, maar hoort ons tegelijkertijd steevast aan het twijfelen te brengen. Einzelgängers als Leopold Flam en Hilde Nijs beschikken over dat soort fantasie. That Tipe of Fantasy to go down The Rabbit Hole om ter plekke te voelen hoe woest het er wel niet kan waaien... En om er de rusteloze speelsheid op te snuiven van Alice en de Gekke Hoedenmaker, van Jabberwocky en het Witte Konijn, de Zevenslaapster en de Maartse Haas.
________
Enfin, tot slot nog dit.
Ik lieg de waarheid, zie ik de grappenmaker August lachebekken, want een ander dan ik ben kan ik niet zijn. En, het gaat me niet om de bulderende lach, het oorverdovend applaus, maar om de hemelse glimlach omwille van een sublieme schoonheid. Daarom draag ik schoenen waarin mijn voeten driemaal zouden passen en een bolle rode neus en sta ik glimlachend aan de voet van de ladder... En niets kon de glans van die uitzonderlijke glimlach doven die over het trieste gelaat van August getekend lag. In de piste kreeg deze glimlach een eigen hoedanigheid, afwezig en verdiept gaf zij uitdrukking aan het onuitsprekelijke, schreef Henry Miller in 1953 in ‘The Smile at the Foot of the Ladder’.
Ver weg, schrijft hij, in gedachten verzonken, maar onveranderlijk glimlachend zat August dan aan de voet van de ladder die oprees naar de
maan. Dit voorwenden van de extase, dat hij had weten te vervolmaken, maakte steeds weer indruk op het publiek als toppunt van buitenissig.
De grote clown beschikte over heel wat trucs, maar deze was onnavolgbaar. Nooit eerder was een komiek op het idee gekomen het wonder van de geestvervoering uit te beelden, Binnen de lichtkring van schijnwerpers lag de wereld waarin hij iedere avond opnieuw geboren werd. Zij bevatte alleen die dingen, schepselen en wezens, die thuishoren in de tovercirkel. Een tafel, een stoel, een kleed, een paard, een bel, een papieren hoepel; de ladder zonder eind, de maan vastgehaakt aan het dak; een geitenblaas. Hiermee speelden August en zijn vrienden het klaar het dramatisch gebeuren van inwijding en martelaarschap iedere avond weer ten tonele te brengen. Gedompeld in concentrische schaduwringen verrees de ene rij gezichten boven de andere, hier en daar onderbroken door lege stoelen, waar de schijnwerper gretig langs streek, als een tong op zoek naar een ontbrekende kies.
Ik ben er alvast van overtuigd dat meester – tovenaar Leopold Flam net als de ‘Ik – figuur’ in het Totem – gedicht van die andere fantast Paul Snoek - quasi dagelijks de witte halzen van de angst heeft gezien en de harde handen van gevreesd. Waarop leerling – tovenaar Hilde Nijs zijn voorhoofd gewillig met droomkleuren beschilderde. Want willen wij niet allemaal keizers worden in dit leven van dwergen? Jammer genoeg kunnen we de zachtheid van de perzik niet vergeten en daarom blijven we dan maar liever heel jonge kinderen...
Benny Madalijns
Het zoekend Hert,
6 april 2025























